Via de paarse aureool

‘Figuratief versus abstract’, dat zal het thema zijn geweest van de vrije tekenopdracht in de derde klas van de middelbare school. En dit was het beeld dat zich toonde aan mij. Hoewel niet religieus opgevoed wilde ik uitbeelden hoe spiritualiteit voor mij een heel aardse warme toegankelijke kant kende en een afstandelijke kille abstracte kant. Ik had meegekregen hoe Maria voor katholieken zoals mijn vader vaak als een ‘brug’ stond tussen deze twee kanten, en zo werd dit idee geboren. Maria’s aureool in deze tekening toont die brug. Of is het een spanningsboog waar kortsluiting tussen de polen kan ontstaan?

Het soort associaties als de bovenstaande boeit me. Ze maakt me wat ongemakkelijk, omdat ergens in deze tekening ook een dynamiek verborgen ligt die later een rol zou blijken te spelen in het nastreven van datgene wat mijn onderbewuste op tilt liet slaan.

Mijn tienerjaren stonden namelijk in het teken van niet-zo-worden-als-mijn-moeder. Het aardse warme en toegankelijke deed me aan het Moederlijke denken. En de andere kant voelde als het terrein van de Vader. De associaties die ik had bij beide kanten zorgden voor een spagaat.

Eén van de lastigste schijnbare tegenstellingen was wel die van ratio versus emotie. Ik nam mijzelf voor te allen tijde beheerst en rationeel te handelen.

De commentator in mijzelf legde alles langs bovenstaande assen en stuurde ferm aan op rationeel denken. Drie jaar na deze tekening nam mijn ‘pre-rationele ik’ voor het eerst het roer over. Een combinatie van o.a. prestatiedruk, slaaptekort en een eerste door-mijn-vader-afgewezen vriendje vormden de ingrediënten voor het feestmaal van de commentator. Hij zat er zó bovenop, dat het soms leek alsof er eerst commentaar was (waarom dacht jij het licht uit?) en daarna pas de gebeurtenis (het licht ging uit). De commentator werd God. De muur met de schaduwen van wild in de wind zwiepende bomen werd de grotmuur van Plato. Ik moest terug naar de essentie.

Na deze bijzondere soms beangstigende en eenzame reis volgde na enkele weken weer de meer wereldse reis naar het eindexamen. Dat ik haalde. Ik overwoog welgeteld twee studies. Óf ik zou Elektrotechniek gaan studeren, óf ik zou de Vrije Hogeschool in Driebergen gaan volgen. Doe maar Elektrotechniek, zei de Vader, die kunsten die zullen je alleen maar meer van je stuk brengen. En met de keuze voor Elektrotechniek bleef de spirituele disbalans voortduren. Er zouden later nog twee ontladingen plaats vinden, voordat mijn commentator eindelijk op sluimerstand ging.

Drie jaar nadat het laatste rationele kaartenhuis weer door de bliksem was getroffen, bevond ik mij in de overgang naar iets heel groots: Moederschap. Voor het eerst was de Moeder dominant. Een waardevolle ervaring.